• Archief

Wethouder Meijs begrijpt teleurstelling Frans Hals Museum

HAARLEM Wethouder Marie-Thérèse Meijs heeft donderdag 12 juli tijdens de vergaderingen over de kadernota haar begrip uitgesproken bij de teleurstelling van het Frans Hals museum. Het museum had via een petitie om een lening van 4,5 miljoen gevraagd aan de gemeente, maar dit verzoek werd door het college afgewezen. ,,We zijn ons absoluut bewust van de waarde die het Frans Hals museum heeft voor ons en de stad. Het is ook ons museum. Maar we hebben tijdens de vergaderingen met de coalitie nu eenmaal andere keuzes gemaakt'', aldus de toelichting van de Groenlinks wethouder.

Meijs zei geïnspireerd te zijn geraakt door haar recente bezoeken aan het Spaarneconcert, Dolhuys, Teylers museum en twee kleine concerten. Ze sprak de ambitie uit om kunst en cultuur de komende periode toegankelijker te willen maken door te investeren in de kleine podia, de bibliotheek en kunst in de openbare ruimte. Daarvoor moet er in 2020 een cultuurnota worden opgesteld. Gertjan Hulster van de Actiepartij probeerde via een motie om meer financiële ruimte voor de kleine podia te creëren. Hij riep het college op akkoord te gaan met de subsidieverhoging waar onder andere 37 PK, de Nieuwe Vide en de Pletterij om hebben gevraagd in een manifest, maar deze motie haalde het niet. Ook een motie om de subsidies van de kleine podia jaarlijks te verhogen met de inflatie werd door de gemeenteraad niet aangenomen. Frank Visser van de ChristenUnie informeerde het college naar de situatie van het Frans Hals museum en in hoeverre er sprake is van achterstallig onderhoud aan het pand. Hij probeerde met een motie te regelen dan extra opbrengsten via de verhoogde toeristenbelasting zouden worden bestemd voor het museum. Ook dit voorstel kreeg onvoldoende steun. Er is een jaarlijks bedrag van 50.000 euro gereserveerd voor het onderhoud aan het Frans Hals museum. Vooral de binnentuin zou onderhoud nodig hebben, evenals de ijzeren balken in de Verweyzaal. De gemeente wil in totaal een miljoen beschikbaar stellen voor onderhoud bij de culturele instellingen.