• Frans Hals Museum
  • Frans Hals Museum

Opwekkende schilderkunst uit gouden eeuw

HAARLEM 'De kunst van het lachen - Humor in de Gouden Eeuw' biedt een verhel- derend overzicht van een onderbelicht onderwerp in de Nederlandse zeven- tiende-eeuwse schilder- kunst. De tentoonstelling is tot en met 18 maart 2018 te zien in het Frans Hals Museum (Groot Heiligland 62).

Zelden zijn meer humoristische schilderijen gemaakt dan in de Gouden Eeuw. Ondeugende kinderen, dwaze boeren, malle dandy's, drinkebroers, kwakzalvers, koppelaars, luie dienstmeiden en lustige dames; ze figureren in groten getale in topstukken uit die roemruchte periode.

LEVENDIGHEID Frans Hals wordt vaak 'de meester van de lach' genoemd. Als geen andere schilder uit dat tijdvak wist hij in zijn portretten een levendigheid aan te brengen waardoor het lijkt alsof zijn modellen zomaar vanuit het verleden naar het nu kunnen stappen. Meer nog, de kunstschilder durfde toen als een van de weinigen (vaak volkse) figuren met een gulle lach te schilderen, met de tan­den bloot. In zijn genreschilderijen namen vrolijkheid en scherts een prominente plaats in.

Veel meer kunstenaars uit de Gouden Eeuw gebruikten humor in hun werk, die voor tijdgenoten gemakkelijk herkenbaar moet zijn geweest. Vandaag de dag - eeuwen later - zijn die beeldgrappen soms lastig te ontrafelen. Met name in de afgelopen twintig jaar is hiernaar veel onderzoek gedaan en is begonnen zicht te krijgen op de volle breedte en diepte ervan.

TWEELUIK In 2011 en 2012 was in het Frans Hals Museum (Groot Heiligland 62) de tentoonstelling 'De Gouden Eeuw viert feest' te bezichtigen. 'De kunst van het lachen - Humor in de Gouden Eeuw' is de pendant van dit tweeluik over de vrolijke kant van de Hollandse zeventiende-eeuwse schilderkunst en samenleving, een aspect waaraan in het bijzonder Haarlemse kunstenaars een grote bijdrage hebben geleverd.

Deze expositie omvat circa zestig topstukken uit binnen- en buitenland van de hand van schilders als Rembrandt, Frans Hals, Jan Steen, Judith Leyster, Adriaen Brouwer, Gerard van Honthorst, Jan Miense Molenaer en Nicolaes Maes. Acht thema's worden belicht, waaronder 'Liefde en Lust', 'Kattenkwaad' en 'Boertigheden'. De afsluiting is met autobiografische humor; beeldgrappen waarin de schilder zelf de hoofdrol speelt. Daarnaast wordt een kleine selectie getoond van de in die periode populaire moppenboekjes, die de reputatie van de Hollanders als een bijzonder vrolijk en humoristisch volk onderstrepen. Volgens een Italiaanse tijdgenoot, de in de Nederlanden woonachtige schrijver Lodovico Guicciardini, waren de inwoners 'seer ghesellich, ende boven al boerdich, boetsachtich ende kluchtich van woorden, maer somtijdts te veel'.

PROGRAMMERING Van donderdag 18 januari tot en met zondag 18 maart voegt de Bulgaarse hedendaagse kunstenaar Nedko Solakov een extra vrolijke noot aan 'De kunst van het lachen - Humor in de Gouden Eeuw' toe, zowel in het Frans Hals Museum als De Hallen Haarlem (Grote Markt 16). Op beide locaties liep het thema dit jaar losjes, als een rode draad, door de activiteiten en programmering. Er viel eerder al te lachen bij 'Ik zie, ik zie... humor'; tot en met zondag 3 september bekeken humoristen Erik van Muiswinkel, Sylvia Witteman, Vincent Bijlo en Katrijn van Bouwel in het Frans Hals Museum beelden 'op het tweede gezicht' en deelden ze met aanwijzingen en beschrijvingen hun bevindingen en associaties. Tot en met zondag 10 september liep bij deze twee gelegenheden 'Humor - 101 jaar lachen om kunst'. Die tentoonstelling illustreerde hoe kunstenaars humor als inspiratiebron hanteerden vanaf de komst van het dadaïsme in 1916 tot nu. In Studio HaHaHals stappen families 'letterlijk' voor even in de Gouden Eeuw en kunnen ze een humoristisch groepsportret maken.

'De kunst van het lachen - Humor in de Gouden Eeuw' is samengesteld door Anna Tummers (conservator oude kunst Frans Hals Museum | De Hallen Haarlem), Elmer Kolfin (universitair docent Universiteit van Amsterdam, co-conservator tentoonstelling) en Jasper Hillegers (assistent-conservator). In nauw overleg met Mariët Westermann, Gouden Eeuw-specialist en vicepresident van de Andrew W. Mellon Foundation.