• Bianca Fenne
  • DEN HAAG - Na het debattournooi nemen ministers de tijd om de kinderen te woord te staan en er worden foto's genomen. Mark Rutte gaat met alle kinderen op de foto. Kinderrechten gáán niet alleen over kinderen en jongeren: jongeren hebben er zelf ook wat over te zeggen. Jongeren hebben het recht gehoord te worden in het politieke en maatschappelijke debat over kinderrechten. Daarom organiseert UNICEF Nederland Kleine Prinsjesdag om jongeren de kans te geven aan Kamerleden duidelijk te maken wat zij vinden van de situatie van kwetsbare kinderen en jongeren in Nederland en daarbuiten. Na een pittige voorronde in april hebben acht middelbare scholen zich geplaatst als deelnemer aan Kleine Prinsjesdag (in totaal ongeveer 50 leerlingen). De winnende teams leggen elkaar op vrijdag 15 september het vuur aan de schenen tijdens Kleine Prinsjesdag in de Ridderzaal. De scholieren hebben een debattraining gekregen van de Stichting Nederlands Debat Instituut en UNICEF. Ook leest de Koningin van de Jeugd, Sann Leisink, op

    Guus Schoonewille Guus Schoonew

Leerlingen Mendelcollege debatteren op Kleine Prinsjesdag

HAARLEM Voorafgaand aan Prinsjesdag organiseerden Unicef Nederland en het Nederlands Debat Instituut, Kleine Prinsjesdag. Leerlingen van acht middelbare scholen togen vrijdag 15 september naar Den Haag om met elkaar, maar ook met Tweede Kamerleden, in debat te gaan over stellingen op het gebied van kinderrechten. Onder hen vier leerlingen van het Mendelcollege (Pim Mulierlaan 4).

Het kwartet - Negin Borgmand (2 havo), Suleyman Yüksel (4 mavo), Dora Pirenne (2 havo), Mehmet Göktepe (4 mavo) - won zaterdag 1 april het landelijke Unicef Kinderrechten Debattoernooi. Zij wisten, dat goed debatteren training vergt. Daarom vond dinsdag 12 september een oefendebat plaats op school, onder leiding van Walter Freeman van het Nederlands Debat Instituut. Hij reikte de debaters praktische tips aan, onder meer voor hoe een goede eerste indruk te maken en hoe te reageren op de tegenstander.

ARGUMENTEN Pleitbezorger Helen Schuurmans legde uit, wat Unicef op het gebied van kinderrechten onderneemt. ,,We doen er alles aan om het belang van kinderrechten onder de aandacht te brengen; bij de politiek in binnen- en buitenland, maar ook bij kinderen zelf. De stellingen waarover de kinderen in debat gaan, hebben betrekking op onderwerpen waarover ook binnen Unicef wordt gesproken. Leerlingen leren hierover na te denken en hun argumenten, voor of tegen, goed onder woorden te brengen.''

„Daarnaast is het voeren van een debat, het leren spreken voor een groot publiek, enorm goed voor het zelfvertrouwen'', zegt Sophie Beerman, docente Nederlands en leidster bij de Onderbouw Debatclub. ,,Hierbij hoort tevens een speechwedstrijd. De winnaar daarvan mag zich een jaar lang Koning of Koningin van de Jeugd noemen, en zijn of haar 'troonrede' houden. In 2015 werd een leerling van onze school, Stijn Harder, gekozen. Het is natuurlijk heel bijzonder om in die prachtige Ridderzaal, een plek waar je normaal gesproken niet zo snel komt, zoiets te mogen voorlezen.''

ONDERBOUW ,,We hebben hier op school debatclubs voor de onderbouw en de bovenbouw. Uit de onderbouw doen zo'n vijftien tot twintig leerlingen mee. Oefenen doen ze in de lessen Nederlands en Maatschappijleer, maar ook daarbuiten, in hun vrije tijd. Het Unicef Kinderrechten Debattoernooi is voor de onderbouw, de klassen 1 tot en met 3. De leerlingen die dat wonnen, zitten nu een klas hoger, vandaar dat 4 mavo vertegenwoordigd is. Zij zullen er best een zware kluif aan hebben; de meeste deelnemers aan Kleine Prinsjesdag komen van het vwo. Maar ik ben ontzettend trots op hen. Ze doen het echt geweldig.''

Tijdens het oefendebat kwamen twee stellingen aan bod: 'Scholen moeten kinderen betalen om naar school te gaan' en 'Elke asielzoeker tussen de 12 en 18 jaar moeten worden gekoppeld aan een Nederlandse jongere'. De laatste was tevens een stelling die op Kleine Prinsjesdag moest worden verdedigd of verworpen. De debaters kregen kort de tijd zich voor te bereiden en argumenten te zoeken waarmee ze hun standpunt konden verdedigen. Daarbij kwam het verhaal van Schuurmans goed van pas.

PROBLEMEN Yüksel vindt debatteren heel leuk. Hij kreeg het een beetje mee van zijn vader die allerlei cursussen op dat gebied volgt. ,,Misschien wil ik later wel de politiek in, iets voor mensen betekenen en problemen oplossen voor kinderen", zei hij. Het gaat hem niet om winnen. ,,Liever een goed debat verliezen dan een slecht debat winnen.'' Voor Borgmand was de debatclub in eerste instantie een invulling voor als er lessen uitvielen. ,,Maar eigenlijk begon ik het steeds leuker te vinden, vooral toen we wonnen. We waren echt heel pro. Mijn ouders zeggen altijd, dat ik heel veel praat en discussieer. Dat komt wel van pas.''

Ook Pirenne en Göktepe hebben er lol in. Voor haar komt er een extra voordeel bij: ,,Ik was eigenlijk heel verlegen, vond spreekbeurten altijd moeilijk. Het debatteren heeft me echt geholpen daaroverheen te komen. Ik ben nu veel zekerder. Ik heb het voordeel dat ik een scherp geheugen heb en dus goed kan onthouden wat eerder gezegd is, zodat ik daarop kan reageren.''

DEN BOSCH De stelling waarover in Den Haag gedebatteerd moest worden, was vooraf bekend, maar pas bij aanvang werd bekendgemaakt welke teams voor of tegen moesten pleiten. Het Mendelcollege nam het op tegen Stedelijk Gymnasium 's-Hertogenbosch. ,,Asielzoekers zullen sneller integreren door met Nederlandse jongeren te participeren'', zo vonden de zuiderlingen. En: ,,Een kind heeft sociaal contact nodig, om samen te voetballen, bijvoorbeeld.'' De westerlingen gingen ertegenin: ,,Hulpverleners kunnen beter begrip tonen voor de situatie van AZC-kinderen. Voor Nederlandse kinderen is het te zwaar.'' De reactie: ,,Een asielzoeker zonder vriend; waar heeft-ie dat nou aan verdiend?''

Het publiek kreeg de kans vooraf kenbaar te maken voor of tegen te zijn. De Tweede Kamerleden van zes partijen (VVD, GL, CDA, PvdA, SP, D66) namen plaats achter het team dat aansluit bij zijn of haar standpunt. Tijdens het debat van zeven minuten konden zij van plaats wisselen. Daarna maakten de toeschouwers opnieuw kenbaar voor of tegen te zijn. Een deskundige jury bepaalde de winnaar onder afvaardigingen van de acht middelbare scholen. Het Utrechts Stedelijk Gymnasium werd Beste Debatteam. Na afloop spraken de scholieren met ministers en staatssecretarissen. Daarna nam minister-president Mark Rutte poolshoogte.