• Ad Timmers

Vlag uit voor 774-jarige stad Haarlem

HAARLEM De Haarlemse vlag zal morgen op heel wat plaatsen te bewonderen zijn om de verjaardag van Haarlem als stad te vieren. Op 23 november is het namelijk precies 774 jaar geleden dat Haarlem stadsrechten kreeg van graaf Willem II. Maar wat betekende dat nu precies voor de stad en haar inwoners? De gemeente legt het op haar site nog eens uit. Terug in de tijd naar 1245. 

Voor de middeleeuwse Haarlemmers betekende het stadsrecht vooral meer vrijheid. In die tijd vielen de meeste mensen onder een landheer. In het geval van de Haarlemmers was dat graaf Willem II van Holland. Voor zo'n landheer moesten zij bijvoorbeeld 'herendiensten' doen. Dat betekende dat ze een aantal dagen gratis moesten werken op het landgoed van hun heer. Of dat ze hout moesten oogsten in zijn bossen. Als vrij stadsburger hoefde je dat niet meer. Je was vrij om een vak te leren bij een gilde en zelfstandig vakman te worden. Of je kon je werkkracht aanbieden als loonarbeider.

De Haarlemmers hadden zelf het initiatief genomen om stadsrechten aan te vragen. In het stadsrecht staat dat graaf Willem dit verzoek 'uit liefde voor de vrijheid van de stad Haarlem' toekende. Dat betekende dat hij zelf een deel van zijn macht verloor. Haarlem mocht vanaf dat moment namelijk ook zelf belastingen heffen, een eigen stadsleger oprichten en zelf rechtspreken. Daar stond tegenover dat de stad wel belasting moest betalen aan de graaf.

Nu Haarlem een zelfstandige stad was, mocht de stad ook een eigen rechtbank oprichten. De inwoners konden uit hun midden zelf rechters en bestuurders kiezen. In het stadsrecht staan voor allerlei misdaden straffen genoemd. Bijvoorbeeld: als je als Haarlemmer iemand anders met een scherp wapen verwondde, moest je ofwel 10 pond aan zowel de graaf als het slachtoffer betalen, of je hand werd er afgehakt. Bijzonder was dat het recht in die tijd afhankelijk was van de persoon en niet van de plek waar je je bevond. Dus als een Haarlemmer iemand vermoordde in bijvoorbeeld Breda, dan werd diegene berecht volgens het recht van Haarlem en niet dat van Breda.

Net als nu hoefde je in 1245 geen geboren Haarlemmer te zijn om burger van de stad te worden. Ook mensen van buiten konden stadsburger (ook wel poorter genoemd) worden. 'Als iemand, waar ook vandaan in genoemde stad komend, poorter wil worden, dan zullen de poorten en ingangen voor hem open staan', staat hierover in het stadsrecht. Diegene moest dan wel een eed van trouw zweren aan de stad en aan graaf Willem II. En een geldbedrag betalen. Wie iets misdaan had, kon verbannen worden uit de stad. Daarmee verloor diegene ook zijn rechten als stadsburger.

Alle rechten en plichten van Haarlem staan beschreven in het stadsrecht, een officieel document. In Haarlem bestaat dat uit twee stukken perkament . Waarom het twee delen zijn is niet helemaal zeker. Waarschijnlijk is het gewoon omdat het de schrijver gewoon niet lukte om alles op één stuk perkament te krijgen.

Het officiële stadsrecht is opgeschreven in het Latijn. Voor het dagelijks gebruik was er ook een versie in het Nederlands. Die is opgeschreven in een zogenaamd 'ruig boek'. Dat heet zo omdat het boek een perkamenten omslag heeft met daarop nog dierenhaar (perkament wordt gemaakt van dierenhuid).