• Bianca Fenne
  • Bianca Fenne

Focus GGZ inGeest Haarlem op zelfmoordpreventie

HAARLEM Vroegtijdige signalering van suïcidaliteit en het voorkomen van zelfdoding. Dat zijn de beoogde resultaten van een landelijke campagne voor bewustwording, met Veiligheidsregio Kennemerland als proeftuin waarin intensieve samenwerking tussen betrokken partijen plaatsvindt.

Edith Schippers bood begin 2014 als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de 'Landelijke Agenda Suïcidepreventie' aan de Tweede Kamer aan. Het ministerie van VWS heeft de regie over de daarin geformuleerde activiteiten, 113 Zelfmoordpreventie - bij dit platform kunnen mensen met suïcidale gedachten, naasten en professionals anoniem terecht - is de drijvende kracht in de uitvoering ervan. In 2015 werd 3,2 miljoen euro beschikbaar gesteld voor onderzoek naar het voorkomen van zelfmoord.

GEDACHTEN ,,In het verleden dachten we, dat suïcidale gedachten altijd iets voor een psycholoog of psychiater waren'', aldus Hetty Vromen, klinisch psycholoog van GGZ inGeest Haarlem (Amerikaweg 2). ,,Maar geestesziekten zijn lang niet altijd de oorzaak. Eenzaamheid, armoede, psychosociale of langdurige fysieke problemen kunnen er ook toe leiden. Mensen met zelfmoordgedachten willen niet zozeer echt dood; ze willen vooral af van de pijnlijke problemen, de onoplosbaarheid, de oneindigheid. De ondraaglijkheid moet stoppen. Ze zien geen andere uitweg meer.

,,Als er geen psychische oorzaak is dan is een andere vorm van hulpverlening nodig of een combinatie. Hoe eerder daarmee wordt gestart hoe groter de kans dat we kunnen voorkomen dat iemand die gedachten tot uitvoer brengt. De ketenzorg rondom suïcide wordt verbeterd. GGZ inGeest, het UWV, het Spaarne Gasthuis, de GGD en de huisartsen spannen zich daarvoor in, maar ook de gemeente, sportclubs, politie, jeugdzorg en de vereniging van zorgaanbieders VBZ.''

PEILERS Naast het verbeteren van ketenzorg vormen onderzoek, voorlichting aan hoog-risicogroepen en hun naasten - zodat zij weten waar ze terechtkunnen - en het geven van Gatekeepers-trainingen door GGZ inGeest belangrijke peilers binnen de preventie. De trainingen zijn bedoeld voor mensen die in hun werk - ook als vrijwilliger - te maken kunnen krijgen met suïcidale personen.

Volgens Vromen is 'erover praten' een belangrijke voorwaarde voor tijdige signalering, maar is dat voor iemand met die problemen niet makkelijk. Bovendien is het voor de omgeving lastig te vragen of er wel eens aan zelfmoord wordt gedacht. ,,Dat geldt ook voor partners, familieleden, vrienden en mantelzorgers. Hoe begin je zo'n gesprek? Durf je dat aan iemand te vragen? Wat doe je als het antwoord 'ja' luidt? Waar kun je dan terecht en hoe kom je daar? Op de website van 113 Zelfmoordpreventie (www.113.nl, red.) staat heel veel informatie en er zijn tips te vinden. Maar vaak zal een huisarts de eerste stap vormen. Het is dan van belang dat die goed weet waar naar door te verwijzen. Zo proberen we alle stappen te versoepelen, zodat er niemand tussenuit valt.''

DEPRESSIES Anita Snackers-Tol (53) uit Badhoevedorp kreeg in de periode 1992-1993 te maken met depressies. In 1995 volgde een manie en in 1999 een ernstige manie en een depressie. Zij verloor op 24-jarige leeftijd haar moeder aan zelfmoord; dat verlies bleek de aanleiding voor de depressies. ,,Ik kon er in mijn omgeving gelukkig over praten, en het was duidelijk dat ik hulp nodig had. Mijn huisarts stuurde me door naar een psychiater. Toch heb ik daarna nog een aantal zwaardere depressies doorgemaakt. Uiteindelijk werd op mijn dertigste vastgesteld, dat ik een bipolaire stoornis had. Bij mij kenmerkt zich dat door periodes van stabiliteit, gevolgd door een depressie en een manie.''

,,Het moeilijkste moment kwam in 2008. De depressie duurde zes tot zeven maanden. Vooral de steeds terugkerende zwaarmoedige periodes zorgden ervoor dat ik het niet meer zag zitten. Ook het ongewild kinderloos blijven, het kwijtraken van mijn praktijk voor verloskunde en - nog steeds - het verlies van mijn moeder werkten de depressies in de hand. Daarbij kwam, dat in dat jaar ook mijn vader overleed. Ik zorgde niet meer voor mezelf, liet mensen niet toe. Ik was helemaal leeg, wist niets meer van de dag te maken. Het was doelloos, zinloos. Ik kwam het huis niet uit, mijn bed niet uit. Toen kwamen ook de gedachten om er een eind aan te maken. Dat ik het nooit echt geprobeerd heb, kwam doordat ik zo goed wist wat zelfmoord doet met nabestaanden. Dat wilde ik mijn naasten niet aandoen.''

OMMEKEER De ommekeer kwam met een sociaal verpleegkundige in het ziekenhuis, waar Snackers-Tol een goede klik mee had. ,,Van haar leerde ik de signalen van een beginnende depressie te herkennen. Als dat lukt dan kun je ook tijdig aan de bel trekken om het te keren. Dat ging goed, en dat was het begin van een lange, stabiele periode. Mijn man en ik besloten een nestje jonge hondjes te nemen en er kwamen veel mensen over de vloer. We hadden weinig regelmaat. Het ging goed en dat gaf mij het gevoel dat ik weer wat kon, dat ik niet alleen maar in huis hoefde te zitten. Ook vond ik een mooie dagbesteding in de vorm van vrijwilligerswerk. Vorig jaar heb ik een kleine terugslag gehad, maar niet meer zo ernstig als voorheen. Nu ik in scheiding lig - wat natuurlijk voor iedereen een heftige gebeurtenis is - blijk ik het aan te kunnen. Ik weet dat ik er niet alleen voor sta."

Als ervaringsdeskundige is het Snackers-Tol als geen ander duidelijk hoe belangrijk het is over suïcidale gedachten te kunnen praten. ,,Bij 113 Zelfmoordpreventie kan iedereen zijn verhaal kwijt, en je kunt morgen gerust weer bellen (naar 0900-0113, red.). Praat erover met familie en vrienden, op school of bij de sportclub. Tegen mensen die het vermoeden hebben dat iemand over zelfmoord nadenkt, zou ik willen zeggen: maak het bespreekbaar, vraag ernaar en blijf er ook naar vragen, geef het niet te snel op. Neem iemand eens mee om wat leuks te gaan doen. Soms zijn het kleine dingen die het verschil maken.''